6311 Graardoom en de witte bonen

Afgelopen week had mijn vrouw een heerlijk schoteltje met bruine bonen klaargemaakt. Echte winterkost die we ons goed lieten smaken.

Toen ik nog zat na te genieten van de heerlijke maaltijd schoot me ineens iets te binnen uit mijn kinderjaren.
Het gebeurde in het huis waar ik geboren ben. Wij huurden het huis van familie van de buurman. Die familie woonde in het buitengebied van onze woonplaats.
De vrouw van onze buurman Graard kwam de huur ophalen. Ik kan me niet meer herinneren of dat wekelijks of maandelijks was. Graard en zijn vrouw hadden geen kinderen. Zij woonden en leefden een beetje terug getrokken en op zichzelf. Ik hield wel in de gaten wat Graard (bij ons werd er altijd gesproken over Graardoom, maar waar dat vandaan kwam weet ik niet) en zijn vrouw deden en ik ging ook weleens kijken bij het voeren van het varken en als Graard in zijn zeer grote tuin aan het werken was. Beiden waren echter niet zo spraakzaam.
.
Op een middag rond 12 uur toen we in onze keuken aan de warme maaltijd zaten kwam Berta, de vrouw van Graard een beetje overstuur binnen rennen en riep en gebaarde dat mijn vader moest mee komen.
Ik wist niet wat er aan de hand was, want ik had de noodkreet niet begrepen.
.
Wat later toen mijn vader terug kwam, kreeg ik mee wat er aan de hand was. Graardoom had zich vast gegeten aan witte bonen. Het schijnt dat mijn vader hem languit achterover op een schuin staande ladder (of iets dergelijks) heeft gelegd om de benauwdheid op te heffen. Dat is het verhaal wat ik al vanaf mijn jeugdjaren in mijn hoofd heb zitten.
.
Wat mijn vader exact gedaan heeft om het probleem met de teveel gegeten witte bonen op te heffen zal nooit meer duidelijk worden.
.
Tja . . . Aan dat alles moest ik denken toen ik zat na te genieten van mijn maaltijd met het bruine-bonen-schoteltje. Het zit vast in mijn geheugen: Graardoom en de witte bonen

6282 Ik mis de mis (nog) niet

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst in een kerk kwam. Het zal wel de enige parochiekerk geweest zijn die onze woonplaats destijds telde, die ik als eerste van binnen zag.

Mijn allereerste herinnering gaat terug naar mij eerste communiedag. Ik kan me delen van die dienst en de plaats waar ik zat in mijn fonkelnieuwe kamgaren, bruine pakje nog haarfijn voor de geest halen.
Nadien ben ik zeer, zeer vaak teruggekomen in die kerk. ’s Zondags was men verplicht om naar de kerk te gaan en bij ons thuis was het de gewoonte dat we door de week ook gingen. Elke morgen (op de verplichte nuchtere maag) naar de mis. Op kostschool begon elke morgen om klokslag 7.00 uur de mis. Toen ik weer thuis woonde verviel voor mij de doordeweekse dienst vanwege mijn studie. Het einde van het Rijke Roomse Leven (we mochten niks en moesten alles) was toen in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw al in gang gezet. De zondagsplicht schijnt nog steeds niet officieel afgeschaft te zijn. Ik ben met die plicht altijd heel creatief  om gegaan.

Toen onze parochie  opgeheven werd en we toegevoegd werden aan een andere geloofsgemeenschap die een geheel andere opvatting had over liturgie, pastoraal denken en het omgaan met mensen bloedde de binding met de geloofsgeneenschap snel dood.
We hebben het nog geprobeerd bij een geloofsgemeenschap in een buurgemeente, waar we zondags de viering bijwoonden. We konden ons daar ook niet hechten en toen corona kwam was het snel definitief afgelopen. De zondagmorgen ziet er nu voor ons sinds die tijd toch heel anders uit.

Aan dat alles moest ik denken toen ik het bericht onder ogen kreeg: Eindhovense pastoor over enorme leegloop katholieke kerk: ‘Je schrikt wel van die cijfers

Nog geen 100.000 katholieken in Nederland bezoeken de mis in het weekend, dat is 2,7 procent van het aantal kerkleden.
Bekijk hier het onderzoek van het CBS

Tja . . . Ik mis de mis (nog) niet