6805 Op het Friedhof

Ik kan me nog goed herinneren dat ik tijdens mijn kinderjaren twee keer met een bedevaart naar Kevelaer ben geweest.

Het Duitse plaatsje Kevelaer (vlak over de grens bij Venlo) is al eeuwenlang een bekend Mariabedevaartsoord. Al sinds 1642 wordt er in deze plaats een wonderbaarlijk genadebeeld (een ets) van de Maagd Maria vereerd. Dit genadebeeld staat bekend als de 'Consolatrix Afflictorum': de 'Troosteres der bedroefden
Lees hier meer >>>>>
De allereerste keer was met mijn moeder. Ik denk dat ik een jaar of zes/zeven was. We gingen met de trein; die vertrok vanaf het NS-station in onze woonplaats. Het station is inmiddels al lang ter ziele. Kan me alleen nog herinneren dat het een trein was met houten banken. Vele jaren later maakte ik opnieuw kennis met zo’n wagon in een militaire trein.
Een paar jaar later ging ik met de bedevaart van de parochie mee als misdienaar; we gingen toen met een bus. Er reed een colonne bussen richting de Duitse grens. Bij de grens aangekomen werd het doodstil in de bus. Dat had toch iets te maken met de Tweede Wereldoorlog die bij alle bedevaartgangers nog vers in het geheugen lag. Op een gegeven moment kwam er een Duitse douanier met een grote pet op (de herinnering aan Duitse soldaten – de moffen noemden wij ze destijds – kwam toen in me op) de bus in. Hij keek een tijdje naar ons en verdween weer; we mochten verder rijden. Van die dag in Kevelaer kan ik me nog veel herinneren: de rozenkrans bidden in de bus, de processie naar de basiliek, de plechtige viering en de kruisweg in een park.
In een restaurant aten we ’s middags- want zo ging dat nog in die tijd – ons lunchpakket op. De kapelaan bestelde voor ons een flesje limonade.
En nu komt het mooie . . . . Heel, heel, heel veel jaren later (60-70 jaar later) organiseerde mijn zwager en schoonzus de familiedag en de plaats van samenkomst was . . . . Kevelaer . . . . Inderdaad in het restaurant waar ik met de andere misdienaars en de kapelaan met een flesje limonade mijn lunchpakket opat.
Deze herinneringen kwamen allemaal naar boven toen ik van de week een foto tegenkwam gemaakt in Duitsland, waarop is te zien hoeveel plaatsen er nog beschikbaar zijn op het kerkhof, op het Friedhof   😃

6793 Een broedse kip

Vroeger hielden mijn ouders kippen in het schuurtje dat achter ons huis stond. De kippen hadden ook een grote buitenren. Toen ik op een bepaalde leeftijd was gekomen mocht ik van mijn moeder de eieren gaan rapen. Maar toen ik op een gegeven moment gezien had dat er op het zoldertje van het schuurtje ratten huisden, kwam ik liever niet meer bij de kippen en in het schuurtje.
.
Ik weet niet meer of er bij de kippen een haan liep. Ik kan me ook niet meer herinneren of we ooit een broedse kip hebben gehad die bevruchte eieren heeft uitgebroed.
.
Met de kennis van nu ga ik ervan uit dat dat niet het geval is geweest. Want eventuele kuikens waren niet veilig bij die ratten die ook in dat schuurtje huisden.
.
Aan bovenstaande moest ik denken toen ik afgelopen week ‘een kip’ aantrof in mijn tuin. Zo te zien ‘een broedse kip’.
.

6771 Blankes kerkhof

Vrijdag tijdens mijn trainingssessie naderde ik het Blankes kerkhof. In de verte kwam een dame me tegemoet. Toen we elkaar passeerden stopte ze en vertelde me dat even verderop op een tak boven een sloot twee ijsvogeltjes zaten. Ze vond dat zo prachtig. Ik liep verder en tilde mijn stokken op om geen geluid te maken. Toen ik bij de sloot kwam zat er nog een klein ijsvogeltje op de tak. Een prachtig gezicht.

Toen ik verder liep sloegen mijn gedachten op hol en moest ik denken aan dat bijzondere kerkhof, dat ondanks een flinke ruilverkaveling in het gebied intact was gelaten. Onder de oude beuken liggen een aantal mensen begraven.
De eerste informatie over Blankes Kerkhof kreeg ik van mijn moeder. Zij vertelde dat daar mensen begraven lagen, die niet op een katholiek kerkhof begraven mochten worden.

Ze vertelde me van een moeder en dochter die tijdens de oorlogsjaren  op een avond een café aan de haven verlieten en regelrecht de haven inliepen. De verdronken moeder en dochter liggen ook begraven op dat bijzondere kerkhof.

Terwijl ik verder liep dacht ik aan onze pastoor z.g. die op een gegeven moment ook geconfronteerd werd met de geschiedenis van die bijzondere plek en toen hoorde dat daar mensen begraven lagen in ongewijde grond.
De pastoor is er op een dag naar toe gefietst en heeft de plek tussen de oude beuken alsnog gewijd. Hij vond dat de mensen die er begraven liggen op een plek ver verwijderd van de bewoonde wereld een ander lot verdiend hadden.
Tja . . . Waar je al niet aan denkt op een dag dat je een ijsvogeltje ziet zitten op een tak boven een sloot naast Blankes kerkhof.

6736 Jantje Koopmans en Rode rozen

Tijdens een van onze zomervakanties in de vorige eeuw stonden wij met onze vouwwagen op een camping in Markelo. Onze beide zonen hadden toen een wielrenfiets en zij maakten de rit per fiets naar Markelo. Kan me nog herinneren dat het weer niet altijd meewerkte. Er was een nacht dat het zo hevig onweerde dat de eigenaar van de camping alle tenten en vouwwagens afging om te vragen of het nog goed ging. We zagen toen ook dat de bliksem insloeg op een schoorsteen van een huis dat tegenover de camping lag.

Op een andere nacht werden we wakker gehouden met het lied van Jantje Koopmans: ‘Rode Rozen’

Rode rozen door mij gekozenVoor de schat waar ik zoveel van houRode rozen door mij gekozenVoor jouw liefde en je trouwHeel je leven aan mij gegevenEn aan heel de kinderschaarDaarom krijg je rode rozen‘N Rode roos voor ellek jaarDe roos van mijn leven was jij steeds m’n schat

De hele, maar dan ook de hele nacht klonk het lied uit een speaker die ergens was geïnstalleerd bij een pas getrouwd stelletje of een echtpaar dat een huwelijksjubileum vierde. Het bleef maar doorgaan uren, uren lang.

Aan bovenstaande moest ik de afgelopen dagen denken toen de afbeeldingen van rozen – waarover ik hier al eerder berichtte – op Facebook voorbij bleven komen.

Daarom vandaag nog één keer voor al mijn volgers Jantje Koopmans en Rode Rozen

 

6690 ‘Inne mik, casino’

Ik weet niet meer hoe ik erop kwam, maar ineens schoot het door mijn hoofd. Een herinnering uit mijn jeugdjaren. Het zal wel met het ouder worden te maken hebben. Want op mijn leeftijd heb je veel meer historie dan toekomst.

Ik hoor het mijn moeder nog zeggen tegen de bakker die met de broodmand onder zijn arm achterom was gekomen om brood te brengen en eventueel een bestelling op te nemen. ‘En voor zaterdag inne mik, casino’, zei mijn moeder. Daarmee bedoelde ze een wit brood en als je dat aansneed kreeg je een vierkante snee brood.

Ik heb nog eens opgezocht wat ‘een casino’ precies inhield.

Casinobrood is brood dat wordt gebakken in een bus (broodblik) dat met een deksel gesloten wordt. Zo’n afgesloten blik wordt casino genoemd, Italiaans voor huisje.
Het vierkante brood (rond komt ook voor, maar dan worden de broden meestal lampionbrood genoemd) is heel geschikt voor tosti's. Meestal is casinobrood alleen in wit verkrijgbaar, maar andere deegsamenstellingen zijn ook mogelijk. Casinobrood wordt ook vaak gebruikt om er sandwiches van te maken door tussen twee plakjes brood beleg naar keuze te doen en ze dan diagonaal door te snijden, zodat twee driehoeken ontstaan.

Wij smeerden er gewoon boterhammen van en hadden destijds nog nooit van een sandwich of tosti gehoord.
Tja . . . ‘inne mik, casino’.

 

 

6687 Ten tijde van de bebop

Een paar dagen geleden zag ik het artikel staan: Waarom heeft de een steil haar en de ander krullen?

Ik heb het artikel niet gelezen, maar ineens kwamen er gedachten over mijn haarkapsels in me op uit het verleden.

Foto’s in ons familie-album laten zien welk kapsel ik in mijn kinderjaren had. Maar de gedachten van de week gingen terug naar mijn haardracht tijdens mijn kostschooljaren. Eens in de zoveel tijd kwam er een kapper naar de kostschool en werden leraren en leerlingen onder handen genomen. De kapper – altijd met een grote dikke sigaar in zijn mond – schoor onder een bepaalde lijn alle haren weg. Boven op je hoofd bleef dan een flinke niet uitgedunde bos zitten.

Op een gegeven moment gingen ik en enkele andere leerlingen naar een professionele kapper in de stad; je was dan wel een gulden en 60 cent van je zakgeld kwijt. Dat was een flinke aanslag op je portemonnee. Maar je liep dan niet meer met het ‘bloempot-model’ dat zo kenmerkend was daar op die kostschool.

Vanaf mijn kinderjaren had ik sluik haar met aan een kant een scheiding. Ergens tussen 1957 en 1960 heb ik een bebop-coupe laten aanmeten en borstelde ik met een klein rond plastic borsteltje mijn haren achterover en . . . Het begon toen te krullen. Vanaf die tijd was mijn sluik haar ineens verdwenen.

Tja . . . Wat een bericht toch allemaal in je kan oproepen. Want mijn gedachten sloegen helemaal op hol. Als je naar de kapper in de stad ging, moest je soms drie uur wachten voordat je aan de beurt was. Er werden in die tijd vele flesjes brillantine in het haar gesmeerd. Een keer in de week was je in de gelegenheid om je haar te wassen met een stuk handzeep (!!!). Dat moest heel snel gebeuren, want je mocht maar een bepaalde tijd onder de douche staan. Als er ‘AFSPOELEN’ werd geroepen moest je dat snel doen, want op afstand werd dan  al snel de kraan dicht gedraaid.

Dat waren nog eens tijden, ten tijde van de bebop.

6675 Jan, ’t is vastenavond

In mijn jeugdjaren (1941-1953) hadden we nog nooit van carnaval gehoord.  De drie dagen voor aswoensdag (het begin van de veertigdagentijd voor Pasen) werden vastenavond genoemd.  Ik herinner me uit die tijd dat het veertigurengebed werd gehouden in de kerk. Een bidmanifestatie vanaf de zondag tot en met de dinsdag, dag en nacht. Mannen werden ingeroosterd om enkele uren te bidden in de kerk. Ook mijn vader werd ingeroosterd.

Verder kregen we op de dinsdag oliebollen, die mijn vader zelf bakte. En we liepen rond met een rommelpot.

Die rommelpot maakten we door een varkensblaas op te blazen, te laten drogen en deze over een pot of een blik te spannen. Aan de blaas bevestigden we dan een rond houtje. Door het houtje op en neer te bewegen, ging het vel trillen en de lucht in het potje trilde dan mee en maakte dat typische - foeke foeke foeke - geluid van de rommelpot. Iedereen kon het maken en het kostte je niks.

We zongen daarbij het volgende liedje:

Jan ’t is vastenavond. 
ik kom niet thuis voor ‘s avonds
’ s avonds in de manenschijn
als vadder en moeder naar bed toe zijn.

Snij mar diep, snij mar diep, 
snij mar in mun duimpje niet
Ik heb gezongen en niks gehad
gif me ’n stuk van ’t vèrreke z’n gat

Rommelerij, rommelerij,
gif me unne cent dan ga’k voorbij,
gif me unnen appel of ’n peer.
dan kom ik ’t hele jaar nie meer.

Filmpje overgenomen van de site: Brabant in Beelden

Er is veel veranderd in die jaren tussen de rommelpot en nu. Er is een zeer groot verschil tussen het filmpje hier boven en enkele beelden van de optochten van afgelopen zaterdag en zondag in onze woonplaats.

.
HIER en HIER zijn nog meer foto’s
.
EN . . . Je hoort NIEMAND meer zingen: Jan, ’t is vastenavond

6628 Kerstdiner vervangt kerstgedachte

‘Kerstdiner belangrijker dan leren lezen, rekenen en schrijven’, was mijn allereerste zwaar overtrokken reactie toen ik in de week voor kerstmis de kop boven het bericht zag staan.

Er stond: Het leed dat het kerstdiner op de basisschool heet: ‘Ik denk dat ik 20 euro kwijt was aan boodschappen’

Het artikel gaat over Brabantse moeders die zich uitsloven voor de bijdrage van hun kinderen aan het kerstdiner op school. In het artikel blijjkt  dat veel moeders het een verplichting voelen en dat het eigenlijk ook wel ietwat overdreven is en kostbaar.

Een uitspraak van een ouder is me uit het hart gegrepen en was ook de mening die ik destijds op school verkondigde: “En de nadruk mag van mij veel meer liggen op de kerstgedachte van samen zijn in plaats van eten, eten en eten”.

Kan me nog herinneren dat we destijds op school jaarlijks vlak voor kerstmis een musical opvoerden. Een musical waar het gebeuren in Bethlehem in de kerstnacht centraal stond. Op een gegeven moment was de musical zo’n succes dat we deze zelfs opgevoerd hebben voor leden van de Zonnebloem tijdens hun jaarlijkse kerstviering in het plaatselijke theater. De pastoor – ook aanwzig bij die viering – refereerde in zijn kerstpreek aan de engelen die hij in de musical had gezien.

In de jaren na die prachtige uitvoering veranderde er veel op school en een kerstmusical waarin het kerstgebeuren centraal stond werd vervangen door een kerstmaaltijd waar het eten centraal stond. Ik had daar heel veel moeite mee.

Aan bovenstaande moest ik denken toen ik het hier boven aangehaalde artikel las.
Tja . . .  kerstdiner vervangt kerstgedachte

P.S.
Op 23 december  besteedt de columnist Niels Herijgens in zijn column in het Brabants Dagblad ook aandacht aan het kerstdiner op school: Kerstdiner op school, de finale van de traktatiecompetitie. Hij schrijft o.a.  . . . Nu veranderen haast overal klaslokalen in decemberbistro’s. Vreten op aarde! . . .

 

6623 Van Zalig naar Fijne . . .

Ik kan het beeld nog voor de geest halen. In de kast links van de bedstee in de woonkamer van mijn geboortehuis stond een stevig kartonnen doosje waar mijn vader zijn visitekaartjes in bewaarde. Tegen Kerstmis haalde hij het doosje te voorschijn en verstuurde hij een paar kaartjes in hele kleine envelopjes (met een postzegel van 2 1/2 cent erop). Onder in de linkerhoek schreef hij Z.K. en rechtsonder Z.N. Deze afkortingen betekenden Zalig Kerstmis en Zalig Nieuwjaar.

In de loop der jaren veranderden de visitekaartjes van mijn vader in bedrukte briefkaarten. Daarna werden zelf-geknutselde-kaarten verzonden. Weer later kleurig bedrukte kaarten in allerlei soorten en maten. Momenteel kan men overal digitale kaarten versturen met of zonder gif.bestand.

Het ‘Kerstmis’ van mijn vader veranderde in Kerstfeest; dat werd later Kerstdagen en nu hebben we de Feestdagen.
‘Zalig’ werd achtereenvolgens ‘Gelukkig’, ‘Prettige’ en nu kennen we de ‘Fijne Feestdagen’.

Tja . . . Binnen een eeuw  . . . van Zalig naar Fijne . . .

 

8689 Omdat we het verleden niet willen vergeten

Twee extra voorstellingen van ‘Wittenog’ in Nijnsel

NIJNSEL – Harrie Sijbers en Nico van de Wetering geven twee extra voorstellingen van ‘Wittenog’. 
In ‘Wittenog’ nemen de zanger en de conferencier het publiek mee op een reis door de tijd, met een mix van milde humor en prachtige liedjes. De voorstelling is doorspekt met herinneringen aan vervlogen tijden waarin de kinderjaren weer naar boven komen.

Bovenstaande bericht trof ik van de week aan in ons regionaal dagblad. Vooral de titel ‘Wittenog’ van de voorstelling trok mijn aandacht. Want ik moest meteen denken aan mijn boek: ‘Witte gè dè nog?’ Het boek waarin ik mijn herinnneringen aan de eerste 25 jaar van mij leven opgeschreven heb en een kijkje geeft hoe het er vroeger bij ons aan toe ging.

Het was een mooie tijd en het opschrijven van mijn herinneringen was een zeer aangename bezigheid. Het laten drukken van de paperback met 148 bladzijden en het uitdelen van het boek aan familie en vrienden was een mooie afsluiting van het schrijfproces.

Inmiddels ben ik begonnen om mijn herinneringen aan D’n Boerenbond op te schrijven. Mijn vader werkte 40 jaar op de mengvoederfabriek van de Coöperatieve Handels-vereniging (CHV), die in de volksmond de Boerenbond werd genoemd. Tijdens mijn kweekschooljaren (1961/1962) heb ik op de CHV diverse vakantiebaantjes gehad. Het moge duidelijk zijn dat ik vele herinneringen heb aan wat destijds de grootste mengvoederfabriek van West-Europa was.

Mijn herinneringen vertel ik nu ook regelmatig tijdens de rondleidingen die ik verzorg in de voormalige fabriek, die nu omgeturnd is tot een food- en cultuurcluster.

Al die herinneringen schrijf ik nu op in ‘D’n Boerenbond – Een Rondleiding‘, omdat we het verleden niet willen vergeten