6680 Februari, maand van de verjaardagen

Februari is de tweede maand van het jaar. De kortste maand van de twaalf met 28 dagen en eens in de 4 jaar – in het schrikkeljaar – telt de maand 29 dagen. Februari wordt ook wel de Sprokkelmaand genoemd. Over de afkomst van die naam bestaan verschillende theorieën, maar daar wil ik het vandaag niet over hebben.

Februari is en blijft voor mij altijd de maand van de VERJAARDAGEN. Mijn ouders zijn allebei geboren op een februaridag, daarnaast viert mijn zus jaarlijks haar verjaardag in deze maand en onze jongste kleinzoon mag in februari elk jaar een kaarsje meer uitblazen.

Verleden week, de zevende was de geboortedag van mijn moeder en vandaag de 18de is de geboortedag van mijn vader.

Twee dagen die in mijn geheugen gegrift staan en twee dagen waar op mijn gedachten altijd uitgaan naar hen.

Tja . . . Februari, maand van de verjaardagen

  1914- 1977                                             1905-1978

6679 Spreuken en Steppegras

Van de week gingen we met de kinderen en kleinkinderen uit eten vanwege de verjaardag van onze jongste kleinzoon. We kwamen in een eetgelegenheid  waar we nog nooit geweest waren. Het hele restaurant hing en stond vol met bordjes met spreuken. ‘Met beide benen op de grond kom je geen stap verder’ en ‘Het is pas Crisis als het Bier op is’ zijn slechts een paar voorbeelden van de vele spreuken die je er aantrof.

Bij het opnemen van onze bestelling vroeg de bediende steeds: “Wilt u er frites bij of steppegras ?” Ik had absoluut geen idee wat dat laatste was. Bij steppegras moest ik denken aan de aardrijkskundelessen van vroeger waar de eigenschappen van en de verschillen tussen steppe en toendra uitgelegd werden.

Bij navraag bleek ‘steppegras’ kleine frietjes te zijn. De volgende morgen keek ik nog eens op mijn iPhone naar de betelenis van steppegras en toen las ik: Steppegras is een frituur- en brasserieschotel die voornamelijk in de Antwerpse en Limburgse Kempen en in de Nederlandse provincie Noord-Brabant op de menukaart staat. Het is een variant op biefstuk-friet met als voornaamste kenmerk de grote berg dunne frietjes op het bord.
Ik had er nog NOOIT van gehoord.

Tja . . . de maaltijd smaakte voortreffelijk en het was ook nog gezellig daar met z’n zessen in dat restaurant met al die Spreuken en Steppegras.

 

6678 We zijn weer helemaal terug bij AF.

Ik was benieuwd wat afgelopen woensdag het debat in de Tweede Kamer over het verslag van informateur Plasterk zou opleveren. Vooral ook omdat de eerste informatieronde falikant mislukt is.
.
Nadat ik een paar uur naar het debat in de Kamer had gekeken en geluisterd, zijn mij vier dingen duidelijk geworden:
1. Wilders wil weer helemaal opnieuw beginnen.
2. De VVD wil nu wel in een rechts kabinet gaan zitten.
3. Omtzigt wil géén regeringsverantweoordelijkheid dragen.
4. Caroline v.d. Plas wil met haar BBB in een kabinet van PVV, VVD en NSC zitting nemen.
.
Conclusie: Omtzigt wil alleen maar controleren i.p.v. regeren en . . . We zijn weer helemaal terug bij AF.
.

6677 Tony ging vol op het orgel

Even vooraf: Ik ben geen fan van Wilders en ik heb ook niet op hem gestemd in november.

Hij was op maandagmorgen weer op dreef de columnist in het Brabants Dagblad, Tony van der Meulen, de Wilders-hater.

In zijn column: ‘Verstandige partijen zullen de huidige chaos toch moeten oplossen’.

Van der Meulen gebruikt een optreden van Joop van der Ende in een tv-programma om zijn gelijk en zijn afkeer van Wilders weer eens te ventileren. De LINKSE, ROOIE  Tony gaat weer VOL OP HET ORGEL met onderstaande kwalificaties over Wilders:
= een opruier
= een politieke eenling
= die niemand in zijn omgeving vertrouwt
= hij grossieert in rascistische opvattingen
= zijn sarrende mails
= een potentaat
= een ruziezoeker niet in staat om samen te werken
= meest gehaaide politicus
= man met onaangename manieren

Tja . . . TONY was weer flink op dreef. Het was op deze carnavalsmorgen van dikhout zaagt men planken. Tony ging vol op het orgel.

 

6676 Er zijn ook nog eerlijke carnavalvierders

Dinsdagmorgen stuurde mijn jongste zoon onderstaande foto door met een opmerking die ik hier niet zal herhalen. Maar het woord ’tuig’ kwam er ook in voor. De spiegel van zijn auto was vernield.

Toen ik de foto zag schoot ineens de titel van dat carnavalslied door mijn hoofd dat in het begin van de zeventiger jaren bij ons in de woonplaats gezongen werd. En dat verleden jaar bij de viering van het 55-jarig bestaan van de carnavalsvereniging weer nieuw leven in geblazen werd: ‘In Veghel viert men carnaval’.

In Veghel viert men carnaval Lalalalala
De kuuskes trekken van stal naar stal Lalalalala

En in mijn gedachten ging het verder dat onverlaten met veel drank in hun lijf op weg naar huis niet van andermans spullen kunnen afblijven. Wat een helden.
Maar even later kreeg ik nog een appje van mijn zoon met de mededeling dat de ‘dader’ opgebeld had. Het was een ongelukje, hij was er per ongeluk tegen aan gefietst. De verzekering kan het nu afhandelen.

Tja . . . Er zijn ook nog eerlijke carnavalvierders

 

 

 

6675 Jan, ’t is vastenavond

In mijn jeugdjaren (1941-1953) hadden we nog nooit van carnaval gehoord.  De drie dagen voor aswoensdag (het begin van de veertigdagentijd voor Pasen) werden vastenavond genoemd.  Ik herinner me uit die tijd dat het veertigurengebed werd gehouden in de kerk. Een bidmanifestatie vanaf de zondag tot en met de dinsdag, dag en nacht. Mannen werden ingeroosterd om enkele uren te bidden in de kerk. Ook mijn vader werd ingeroosterd.

Verder kregen we op de dinsdag oliebollen, die mijn vader zelf bakte. En we liepen rond met een rommelpot.

Die rommelpot maakten we door een varkensblaas op te blazen, te laten drogen en deze over een pot of een blik te spannen. Aan de blaas bevestigden we dan een rond houtje. Door het houtje op en neer te bewegen, ging het vel trillen en de lucht in het potje trilde dan mee en maakte dat typische - foeke foeke foeke - geluid van de rommelpot. Iedereen kon het maken en het kostte je niks.

We zongen daarbij het volgende liedje:

Jan ’t is vastenavond. 
ik kom niet thuis voor ‘s avonds
’ s avonds in de manenschijn
als vadder en moeder naar bed toe zijn.

Snij mar diep, snij mar diep, 
snij mar in mun duimpje niet
Ik heb gezongen en niks gehad
gif me ’n stuk van ’t vèrreke z’n gat

Rommelerij, rommelerij,
gif me unne cent dan ga’k voorbij,
gif me unnen appel of ’n peer.
dan kom ik ’t hele jaar nie meer.

Filmpje overgenomen van de site: Brabant in Beelden

Er is veel veranderd in die jaren tussen de rommelpot en nu. Er is een zeer groot verschil tussen het filmpje hier boven en enkele beelden van de optochten van afgelopen zaterdag en zondag in onze woonplaats.

.
HIER en HIER zijn nog meer foto’s
.
EN . . . Je hoort NIEMAND meer zingen: Jan, ’t is vastenavond

6674 Er is er een jarig

Vandaag wordt onze jongste kleinzoon alweer zeventien (= 17 !!!) jaar. Wij feliciteren hem ook vanaf deze plaats van harte.

Vanaf je 17e mag je praktijkexamen voor het autorijbewijs doen. Je kunt, als je geslaagd bent voor je autorijbewijs, onder begeleiding van een coach de weg op.

We hebben begrepen dat de jarige van vandaag graag gebruik wil maken van bovenstaand recht. We wensen hem veel succes bij de toekomstige rijlessen en voor vandaag een hele prettige verjaardag.

Tja . . . de lesauto staat al klaar . . . !!!

6673 Een fou(d)t: 9

Verbazing om taalfout op verkeersborden midden in Amsterdam, kopte De Telegraaf.

Zie jij mij, zie ik jouw’. Iedereen die wel goed taalonderwijs heeft gehad, zal de wenkbrauwen bij voorgaande zin even hebben opgetrokken. Drie verkeersborden, met elk deze knoeperd van een taalfout, staan in de buurt van het centraal station in Amsterdam.

Nee, daar ben ik niet meer verbaasd over. Als je om je heen kijkt, tref je legio taalfouten aan. Dus De Telegraaf hoeft nou echt niet zo hoog van de toren te blazen omdat er in Amsterdam een taalfout is geconstateerd op een verkeersbord.

Tja . . . als onderwijzer die van zijn pensioen geniet zou ik zeggen:
Een fou(d)t: 9

6672 Er worden spijkers op laag water gezocht

Spijkers op laag water zoeken

Dat was de gedachte die in me opkwam toen ik het bericht zag staan: Efteling moet paarden uit draaimolens verbannen, vindt Peta Nederland: ‘Niet meer van deze tijd’

De Efteling doet er goed aan om paarden en andere dieren uit draaimolens te verwijderen, stelt dierenrechtenorganisatie Peta Nederland. Carrousels met een dierenthema ‘vieren onbedoeld de uitbuiting van bewuste wezens’. Donderdag deed de Amerikaanse Peta al een vergelijkbare oproep aan de grootste producent van draaimolens in de Verenigde Staten.
Kinderen kunnen in een draaimolens met giraffen en olifanten het idee krijgen dat ‘dieren er alleen maar zijn voor ons amusement, terwijl de dieren net als wij angst, pijn, vreugde en liefde kunnen ervaren’. Het gevraagde verbod geldt ook voor andere dieren, zoals kamelen, olifanten en dolfijnen. Peta stelt voor om de draaimolens voortaan te voorzien van autootjes, vliegtuigjes, bulldozers, ruimteschepen of regenbogen, vallende sterren en bezems.
Lees hier meer >>>>>

Tjonge, tjonge, tjonge . . . er is werk aan de winkel voor de kermisexploitanten, speeltuinverenigingen, de amusementswereld, fabrikanten van opblaasfiguren en speelgoedfabrikanten.
Het is toch niet te geloven dat een mens zoiets kan bedenken: ‘vieren onbedoeld de uitbuiting van bewuste wezens’.
Dus als een kind op een speelplaats op ‘een wipkip’ gaat zitten viert het de uitbuiting van bewuste wezens.
Laat me niet lachen. Nou breekt toch echt mijn klomp. Er worden spijkers op laag water gezocht.

6671 Wij wisten dat al lang

En weer heeft onze plaatsgenoot goed gesnuffeld in oude kranten. Deze week heet zijn rubriek ‘Mauwen’ en heeft hij het over de Udenaar Maarten Prinssen en haalt hem ook aan:

Én ik zou willen dat de Udenaar wat trotser is op wat-ie wél heeft en niet altijd kijkt naar wat-ie níet heeft. De Udenaar is een moeilijk mens, heeft altijd wat te mauwen…. Veghelaren zijn wél trots en die hebben véél minder dan wij…’

Tja . . . Wij hebben in Veghel inderdaad minder winkels dan Uden maar WIJ hebben heel, heel veel meer werkgelegenheid dan Uden. Veghel is kampioen werkgelegenheid.
En daar zijn we heel trots op. En . . . . Wij wisten dat al lang.