5907 Driekoningen

Op de kweekschool eind vijftiger/begin zestiger jaren van de vorige eeuw hadden we een leraar die ons probeerde duidelijk te maken hoe we de diverse bijbelverhalen moesten verstaan. De man was een ware exegeet. Ik zal zijn uitleg van de tocht door de woestijn onder leiding van Mozes en het verhaal over het manna nooit vergeten.

Aan bovenstaande moest ik denken toen ik van de week op zoek was naar ‘het ware verhaal’ van Driekoningen. In mijn zoektocht stuitte ik op het bericht Driekoningen (Epifanie) – Feit en fictie van Jona Lendering.
Het verhaal over het bezoek van de wijzen uit het oosten is alleen te lezen in het evangelie van Matteüs en vermeldt (a) geen koningen en (b) geen aantallen. Een onbepaald aantal magoi verschijnt ten tonele, dat is alles. Het aantal van drie is afgeleid van het drietal geschenken (goud, wierook en mirre) maar in de oosterse kerken kunnen het er twaalf zijn. De namen Caspar, Balthasar en Melchior zijn later verzonnen, al zijn ze al te lezen in de laatantieke Sant’ Apollinare in Ravenna. De koninklijke status zou een toevoeging zijn uit de Middeleeuwen, gebaseerd op Psalm 72.11:
Lees hier meer >>>>>

Lendering beweert verder in het artikel dat Matteüs een steekje heeft laten vallen: hij zocht oosterse wijzen, wist het verschil tussen chaldeeën en magiërs niet en koos het verkeerde woord. Hij zou niet de eerste of laatste antieke auteur zijn die oosterse zaken door elkaar haalde.

Tja . . . Lendering stelt net als mijn leraar op de kweekschool in wezen ook deed: “Wie zijn onderzoek begint met het letterlijk nemen van de Bijbel, en de literaire aankleding niet eens in overweging neemt, is gewoon een slechte wetenschapper.”

Tja . . . toch bijzonder, heel bijzonder zelfs dat we door een fout van ene Matteüs op 6 januari het feest van Driekoningen vieren.