5567 Lid van de Derde Orde

Een paar maanden geleden ontdekte ik tijdens mijn stamboomonderzoek twee zeer opmerkelijke zaken:

  1. Ik ontdekte dat mijn grootvader, mijn naamgever, 10 jaar lang een koffie- en bierhuis heeft gerund. Hij nam dat samen met zijn vrouw, mijn oma die al gestorven is voordat ik geboren werd, over van zijn schoonvader. Tien jaar lang hebben zij het koffiehuis (met vergunning om sterke drank te verkopen) met de boerderij gerund.
    Nooit geweten dat ik een kleinzoon van een kastelijn ben.
  2. Tijdens datzelfde onderzoek werd me ook duidelijk wie ‘Tante K.’ was. Na vele jaren van onderzoek werd me duidelijk dat deze vrouw, die destijds bij een zus van mijn vader inwoonde, een zus was van mijn oma van vaders kant.

Afgelopen week, toen ik weer eens op onderzoek uit was, kwam ik het bidprentje tegen van die zus van mijn oma. En zag toen dat zij lid was van de Derde Orde.

De derde orde is een kloosterorde – eigenlijk een niveau binnen een kloosterorde – in de Rooms-Katholieke, Anglicaanse of Evangelisch-Lutherse Kerk. Leden van een derde orde, ook wel tertiarissen genoemd, zijn niet-gewijde gelovigen, die leven volgens een zogenaamde “derde regel”. Ook niet-kloosterlingen (leken) kunnen lid van een derde orde zijn.

Leden van een seculiere derde orde leven in de wereld. Sommigen hebben een eigen huis, baan en gezin. Seculiere leden leggen in het algemeen ook een plechtige belofte af, maar geen kloostergeloften. De bloeitijd van deze kerkelijke verenigingen lag in de eerste helft van de 20e eeuw. Derde-ordeverenigingen waren een belangrijk steunpunt voor katholieken in de verzuilde stedelijke samenleving. Meestal waren er onderafdelingen voor mannen, vrouwen, jongens en meisjes, vaak geleid door franciscanen. Activiteiten bestonden uit gezamenlijke missen, bedevaarten, retraites en ontspanning. 

Tja . . . De zus van mijn oma was Lid van de Derde Orde