5504 Wir haben es nicht gewuszt

Wir haben es nicht gewußt (Nederlandse vertaling: “Wij hebben het niet geweten”) was in de jaren na de Tweede Wereldoorlog in Nederland een ironische zegswijze over de houding van de Duitse bevolking rond de Holocaust.

Nu hoor ik bovengenoemde zegswijze  – in gedachten – bijna dagelijks als ik kijk en luister naar de verhoren over de toeslagenaffaire.

Ambtenaren, ministers, ex-ministers, staatssecretarissen, ex-staatssecratarissen wisten niets over de ellende en de werkwijze van de Belastingdienst. Ze hadden geen signaal gekregen, wijzen naar een andere dienst, signalen kwamen niet door, signalen werden verkeerd geïnterpreteerd of verzandden in overleg  . . .

Dat die signalen er volop waren, bleek uit de vele memo’s en notities die aan de bewindslieden waren gericht en waaruit door de commissie werd voorgelezen.

Maar ONZE politici wisten van niets of verscholen zich achter wollige uitspraken:
= “Ik zag het lont niet branden van de bom die later ontplofte”
= “Ik heb de eerste afslag gemist.”
= “Ik  heb in het donker gewerkt, op zoek naar een lichtknopje”.
= “Ik heb daar geen herinnering aan.”

Tja . . . het is schandalig hoe ONZE politici zich gedragen. Ze houden de deksel van de beerput dicht. Ze vegen hun eigen straatje schoon. Mijn naam is Haas. En . . . Wir haben es nicht gewuszt.