5347 Ik heb ‘t

IK HEB ‘T

Wat er aan vooraf ging . . .

  • Op  6 augustus 2019 heb ik een aanvraag (de Gezondheidsverklaring) voor de verlenging van mijn rijbewijs ingediend bij het CBR.
  • In september en oktober heb ik diverse malen gebeld en gevraagd naar de stand van zaken.
  • Begin oktober werd me geadviseerd me alvast te laten keuren. De keuring vond plaats op 15 oktober 2019.
  • Op 22 oktober 2019 heb ik mijn geneeskundige verklaring aangetekend verstuurd naar het CBR
  • Op 23 november 2019 ontving ik een brief dat ik voorlopig één jaar mocht blijven rijden met mijn verlopen rijbewijs, maar . . . alléén in Nederland.
  • Begin januari 2020 dien ik een klacht in over het lange uitblijven van de beslissing. Ik ontvang bericht dat mijn klacht gegrond is. En dat is ‘t.
  • Op 13 juni 2020 zitten we met ons gezin (op anderhalve meter) bij elkaar en komt het lange wachten op bericht van het CBR voor de zoveelste keer ter sprake. Mijn oudste zoon stelt voor dat hij eens contact zal opnemen met het CBR.
  • Op 15 juni 2020 deelt mijn zoon mee dat ik hem dien te machtigen en stuurt mij daartoe een formulier toe.
  • Op 22 juni 2020 neemt mijn zoon andermaal telefonisch contact op. Hoe en wat er allemaal exact gezegd is in het telefoongesprek weet ik niet, maar ’s middags zat de (zeer lang verwachte) beschikking in mijn e-mailbox.  Medisch gezien ben ik  nu weer rijgeschikt  en kan ik bij de gemeente een nieuw rijbewijs aanvragen.

Dus na 10 maanden en 16 dagen = 321 dagen was mijn aanvraag voor de verlenging van mijn rijbewijs eindelijk afgehandeld.

  • Gisteren heb ik pasfoto’s laten maken.
  • Donderdag heb ik een afspraak bij de gemeente.
  • Volgens de planning kan ik volgende week mijn nieuwe rijbewijs EIN-DE-LIJK ophalen

En dan . . . dan kan ik na bijna 11 maanden wachten met recht zeggen:
‘Ik heb ‘t’

Voor mijn oudste zoon