5255 Er was eens . . . een oud stelletje

‘Er was eens . . .’ Zo beginnen altijd sprookjes en die eindigen altijd met ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’.

Bovenstaande kennis die ik tijdens de lessen Nederlands destijds op school op gedaan heb, schoot me van de week zo maar ineens te binnen toen ik bij ons op het woonerf een tafereel gadesloeg . . . ­čśë Met de hierboven genoemde kennis nestelde zich het volgende sprookje, nou sprookje (?) in mijn hoofd . . .

Er was eens een oud stelletje. Twee oudjes – hij bijna 79 en zij 77 – die samen met heel veel moeite zes zware schuttingdelen van 180 x 180 cm van hun oprit naar hun achtertuin sjouwden. De langste liep steeds voorop en de kleinste achteraan. Het ging elke keer voetje voor voetje en na een paar meter zetten ze het loodzware onhandelbare houten gevaarte neer om even uit te puffen. Het ene oudje dacht: ‘Waar zijn we toch aan begonnen?’ Het andere oudje maakte zich zorgen over de eventuele gevolgen die het gesjouw zou hebben voor de spieren in de nek, armen en rug. Maar tot verbazing van de straatgenoten die van achter hun gordijnen toekeken en van de twee oudjes zelf klaarden ze de klus. En . . . (hopelijk) leefden ze nog lang en gelukkig.

Tja . . . Ik kan er nog aan toe voegen dat het goed gaat met de twee sjouwende oudjes, met die twee gekken, met . . . ons. We hebben geen spierpijn. Wel schiet het steeds door mijn hoofd: Er was eens . . . een oud stelletje.


   En dan nog even DIT